Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Magnetische inductieBrengt men een stuk week ijzer in aanraking met of in de nabijheid van een magneet, dan wordt het daardoor tijdelijk zelf eèn magneet. Wordt de magneet verwijderd, dan verdwijnt de magneetkracht uit het ijzer en des te volkomener en sneller, naarmate het ijzer weeker is. Men zegt dan, dat het week ijzer tijdelijk geïnduceerd is geweest.

Brengt men daarentegen hard staal onder den invloed van een magneet, dan bemerkt men le. dat de inductie zich minder snel en minder krachtig dan bij het weeke ijzer doet gelden, doch 2°. dat het staal na verwijdering van de magneet blijvend (permanent) magnetisch is geworden.

Om eenigszins een denkbeeld te geven omtrent deze verschijnselen diene het volgende:

De moleculen, waaruit een lichaam bestaat, worden te zamen gehouden door een kracht die men cohesie noemt.

De moleculen van lichamen die magnetische verschijnselen kunnen vertoonen, plaatsen zich onder den invloed van een magneet in een bepaalden stand. Bevinden de moleculen zich in dien bepaalden stand, dan heeft het lichaam magnetische eigenschappen. Is een lichaam hard, dan is de cohesie groot en geraken de moleculen niet gemakkelijk in beweging; bij een zachter lichaam zullen de moleculen gemakkelijker draaien.

Hoe harder dus -ijzer is,'des te meer weerstand bieden de moleculen aan de kracht van een magneet, die de moleculen in een bepaalde richting tracht te- stellen. De weerstand, dien de moleculen tegen verplaatsing bieden, noemt men coërcitiefkracht.

Door sterke trilling, als door hameren wordt opgewekt, wordt de coërcitiefkracht van ijzer verminderd. De coërcitiefkracht van ijzer wordt, door het te vermengen met 14°/0 mangaan, zoodanig versterkt, dat het nagenoeg niet meer te magnetiseeren is.

Magneetkracht der aarde.

Zooals reeds is opgemerkt, plaatst een magneetnaald, die zich vrij in het horizontale vlak kan bewegen, zich met haar eene pool nagenoeg naar het Noorden en met haar andere pool'nagenoeg naar het Zuiden.

Wij mogen daaruit afleiden, dat de aarde zich gedraagt als een groote magneet, waarvan de magnetische polen niet nauwkeurig met de geografische polen samenvallen.

Uit het feit, dat de ongelijknamige polen van twee magneten elkaar aantrekken, volgt, dat de magnetische Zuidpool der aarde zich in het Noordelijk halfrond bevindt (op ong. 69°19' N.b. en 96°27' W.L.), en de magnetische Noordpool der aarde in het Zuidelijk halfrond (op ong. 72°25' Z.b. en 154° O.L.).

Een magneetnaald wordt door de magneetkracht der aarde wel gericht, doch niet in haar geheel voortgetrokken; daar de magnetische polen der aarde op zeer grooten afstand van de magneetnaald

Sluiten