Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liggen, zal de magnetische zuidpool der aarde de noordpool der naald aantrekken met een kracht gelijk en evenwijdig aan die waarmede zij de zuidpool der naald afstoot; evenzoo zullen de aantrekkende en afstootende krachten door de magnetische noordpool der aarde op de naald uitgeoefend onderling gelijk en evenwijdig zijn en het gevolg is dat op de naald een koppel van krachten werkt, dat wel een draaiende maar geen rechtlijnige beweging kan veroorzaken. Men kan dit aantoonen door een magneetnaald, op een stukje kurk bevestigd, op water te laten drijven. De naald wordt dan wel in een bepaalde richting gedraaid, tot zij ong. de richting Noord-Zuid heeft aangenomen, doch zij wordt niet over het water voortbewogen.

Variatie (Declinatie).

Het verticale vlak, waarin een in haar zwaartepunt ondersteunde of z.g. vrij opgehangen magneetnaald zich door de werking van het aardmagnetisme plaatst, noemt men den magnetischen meridiaan.

De hoek, welken de magnetische'meridiaan maakt met den astronomischen meridiaan, heet variatie.

De variatie der magneetnaald is niet op alle plaatsen der aarde dezelfde. Aan het Meteor. Inst. te De Bilt was in 1917 de variatie 11°54' West.

Op de variatiekaarten zijn lijnen getrokken over plaatsen, waar de variatie dezelfde is. Deze lijnen noemt men. isogonen. Lijnen, getrokken over plaatsen, waar de variatie nul is, heeten agonen.

Bij een beschouwing van een variatiekaart, die het beloop der isogonen in de poolstreken aanduidt, valt het op, dat al de isogonen twee punten van samenkomst hebben. Het eene punt is de geografische pool, het andere punt de magnetische pool.

Dit is een gevolg van de omstandigheid, dat de astronomische meridiaan als richtvlak gekozen is, ten aanzien waarvan de richting der magneetnaald bepaald wordt. Aan de geografische pool zelve, waar alle astronomische meridianen samenkomen, is de richting Noord-Zuid dus onbepaald; de magneetnaald kan, hoewel zij aldaar een bepaalden stand aanneemt, geacht worden alle mogelijke variatiën te hebben. In de magnetische aardpool komen de isogonen andermaal samen, omdat de horizontale naald daar alle richtingen kan aannemen, en dus ook daar de variatie alle waarden kan hebben. De grootste waarde, welke de variatie kan hebben, is 180°, de kleinste 0°.

Inclinatie.

Een in haar zwaartepunt ondersteunde magneetnaald, die inclineerende naald genoemd wordt, stelt zich in den regel niet in horizontale richting. Op het Noordelijk halfrond wijst de Noordpool der naald beneden het horizontale vlak, op het Zuidelijk halfrond wijst de Zuidpool der naald beneden het horizontale vlak.

' De hoek, welken een in haar zwaartepunt ondersteunde magneetnaald maakt met het horizontale vlak, heet de inclinatie der naald.

Sluiten