Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

öjinder krachtig zijn, dan, toen de staaf verticaal werd gehouden. Plaatst men de staaf horizontaal, doch in de richting, loodrecht op den magnetischen meridiaan, dan zal er in de richting der lengteas geen magnetisme geïnduceerd worden.

Tot opheldering brengen wij in herinnering, dat de inclineerende naald, op onze breedte, een hoek van ongeveer 67° met het horizontale vlak maakt. De verticaal ontbondene van de totale intensiteit der aardmagneetkracht moet dus grooter waarde hebben dan de horizontaal ontbondene. De totale intensiteit is natuurlijk grooter dan de verticaal ontbondene. Verticaal geplaatste ijzermassa's worden dus op onze breedte sterker door het aardmagnetisme geinduceerd dan horizontaal geplaatste. Zoodra de inclinatie kleiner wordt dan 45°, zal het omgekeerde het geval zijn.

Het is duidelijk, dat de naald van een kompas aan boord van een ijzeren schip of van een houten schip met ijzeren verbanddeelen, onder de werking van het, in 't scheepsijzer opgewekte, magnetisme, bij verschillende koersen min of meer uit den magnetischen meridiaan zal afwijken en, dat de uitwendige kracht, die'de naald een zekeren stand doet innemen, d. i. de resultante van aardmagnetisme en scheepsmagnetisme, gewijzigd zal worden, als het schip van breedte of van koers verandert.

Deze afwijking van de naald, d.i. dus de hoek dien de naald van 't kompas maakt met den magnetischen meridiaan, noemt men de Deviatie of Afwijking.

De richtkracht heeft grooten invloed op het bedrag van de afwijking. Er bestaat een voortdurende strijd tusschen de richtkracht, die de naald magnetisch Noord-Zuid tracht te houden en de storende invloeden van het scheepsijzer, die haar willen doen afwijken. Die storingen hebben meer invloed naarmate de richtkracht kleiner wordt of de storingen zelve grooter zijn. 1 De richtkracht hangt af van de breedte waarop het schip zich bevindt en van. den koers dien het voorligt; de storingen zijn afhankelijk van de verdeeling en plaatsing van ijzer en staal in het schip en tevens ook van breedte en koers.

De afwijking is omgekeerd evenredig met de richtkracht bij een zelfde oorzaak van storing. Wijkt op onze breedte bij zekeren koers de naald 20° af, dan zal bij dezelfde oorzaak van storing bij IJsland de afwijking 30° en daarentegen bij öuardafui slechts 10° bedragen, daar de horizontale intensiteit van het aardmagnetisme naar den magnetischen equator toeneemt.

Blijvend (Permanent) magnetisme.

Bij een op stapel staand schip zal het ijzer, tot den aanbouw gebezigd, onder den invloed van het aardmagnetisme geinduceerd worden. Door de aanhoudende trillingen, waaraan de ijzermassa's bij het klinken en hameren zijn blootgesteld, wordt ook het harde ijzer geinduceerd en dit wordt dien ten gevolge blijvend magnetisch.

Het gedeelte van het schip, dat naar 't Noorden gericht is, zal Noord-polariteit, dat, hetwelk naar 't Zuiden gericht is, ZuidZee vaartk. 8* druk. 15

Sluiten