Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar alle inductie van het aardmagnetisme in de richting van de inclineerende naald, dus ook in de richting van den magnetischen meridiaan plaats heeft, zal voor een zelfde plaats de mate, waarin zacht scheepsijzer geinduceerd wordt, afhankelijk zijn van de richting, waarin dat ijzer ligt, ten opzichte van den magnetischen meridiaan, dus afhankelijk zijn van den voorliggenden koers; alleen het verticale zacht ijzer zal steeds voor een zelfde plaats op aarde met dezelfde kracht geinduceerd worden, hoe men het schip ook voor legt.

Verandert het schip van plaats en komt het daardoor op plaatsen, waar de intensiteit van het aardmagnetisme en dus ook de verticale intensiteit anders is, dan zal de kracht, waarmede verticaal week ijzer geinduceerd wordt, gewijzigd worden. Die kracht zal minder worden, naarmate men den magnetischen equator meer nadert en zal daar nul zijn.

De kracht, waarmede horizontaal geplaatst week ijzer geinduceerd wordt, hangt af van de richting, waarin het ten opzichte van den magnetischen meridiaan geplaatst is, en die kracht zal dus gewijzigd worden met den koers van het schip. Tevens neemt die kracht toe of af, naarmate bij plaatsverandering van het schip, de horizontale intensiteit van het aardmagnetisme toe- of afneemt.

Dwarsscheeps geplaatst week ijzer zal, wanneer het schip bijv. Oost voor ligt, aan B.B. Noord-polariteit, aan S.B. Zuid-polariteit vertoonen. Draait het schip nu langzaam Zuidwaarts, dan zal het magnetisme, dat in het ijzer is opgewekt bij opvolging langzaam minder krachtig worden en geheel verdwenen zijn, als het schip Zuid voor ligt. Draait het schip dan verder door tot het West voor ligt, dan zal zich aan B.B. Zuid-polariteit, aan S.B. Noordpolariteit vertoonen.

Beschouwen wij nu eerst den invloed van het verticaal geplaatst week ijzer op den kompasnaald.

Ten gevolge van de verticale intensiteit van het aardmagnetisme, krijgen verticaal geplaatste ijzermassa's op onze breedte in het bovenschip Zuidpolen, in het benedenschip Noordpolen. Rondom het kompas bevinden zich dus, op onze breedte, Zuidpolen. De vraag is slechts, waar werkt die Zuid-polariteit bet sterkst. Men mag aannemen, dat bij een kompas, dat in de midscheeps staat, de Zuid-polariteit aan S.B. en B.B. van het kompas gelijk verdeeld is. Daar echter in het achterschip de ijzermassa's veelal hooger reiken dan in het voorschip, zal zich, in den regel, de meeste Zuid-polariteit achter het kompas vertoonen. In 't bijzonder is dit het geval bij kompassen op de brug van stoomschepen, waar de machinedeelen en schoorsteenen zich achter het kompas bevinden. Het is duidelijk, dat wij hier weer te doen hebben met een semicirculaire afwijking, want de Zuidpool, die zich achter het kompas bevindt, zal, doordat zij alleen haar ontstaan te danken heeft aan de verticale intensiteit van het aardmagnetisme, niet van plaats en kracht veranderen bij koersverandering van het schip.

Sluiten