Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor de afleiding van deze formule verwijzen wij naar „B. J. G. Volck. Bijdrage tot de kennis van het kompas en zijne afwijkingen." "Wil men de hellingsafwijking wegnemen dan moet dus J = 0,

worden, of 3)-}-~—1=0, waaruit ^=a(1 — £>) en wanneer de

kwadrantale afwijking gecompenseerd is waardoor D=0 en £> = 0, dan moet dus = worden of ook, gemidd. vert. kracht aan boord = a X vert. intensiteit, a kan aan boord bepaald worden uit waarnemingen van de richtkracht. Voor koopvaardijschepen kan met voldoende nauwkeurigheid aangenomen worden, voor goed geplaatste standaardkompassen a =: 0,9 en voor minder goed geplaatste stuurkompassen a = 0,8, hetgeen dus beteekent dat de gemiddelde richtkracht van het kompas, 0,9 of 0,8 van de richtkracht aan wal is.

Het magnetisch balansje dient nu om de verticale magneet voor de compensatie der hellingsafwijking zoodanig te kunnen plaatsen dat de gemiddelde vert. kracht aan boord = a X verticale int. wordt. Het instrument bestaat uit twee evenwijdige magneetjes in het midden verbonden door een dwarsstuk, hetwelk aan de uiteinden van mesjes voorzien is. Hiermede kan het magneetstel gelegd worden in gepolijste harde leggers, aangebracht in een doosje met glazen deksel. Het magneetstel kan dan in het verticale vlak heen en weer slingeren. Het doosje is opgehangen in eene kleine cardanusinrichting, voorzien van verstelbare pootjes, zoodanig dat het mogelijk is om, na verwijdering van den kompasketel, het magnetisch balansje op de hoogte te hangen van de kompasnaalden. Op de magneetjes van de balans zijn verdeelingen aangebracht, ten doel hebbende om schuifgewichtjes langs de magneetjes op een bepaalde plaats te kunnen stellen. De eenheden waarmede gemeten wordt, zijneenheden horizontale intensiteit van Londen. Men had natuurlijk even goed een andere eenheid kunnen nemen.

Zet men aan beide zijden van het balansje de gewichtjes op 0, dan zal aan wal op Noorder 'breedte, het Noordeinde der magneten duiken, onder den invloed van de verticale intensiteit van 't aardmagnetisme. Door de gewichtjes aan de Zuidzijde naar buiten te schuiven (de verdeeling op 't eene magneetje is voor eenheden en die op het andere voor tiende deelen ingericht) kan men nu evenwicht maken, waardoor dus de verticale intensiteit gemeten wordt, uitgedrukt in de aangenomen eenheid.

Om nu op Noorder breedte te compenseeren wordt het schip ongeveer Oost of West voorgelegd, de kompasketel uitgenomen en het instrument ingezet, zoodanig dat het Noordeinde; van het balansje naar 't Noorden gericht is. Men stelt de gewichtjes aan het Zuideinde van het balansje zoodanig dat hun werking overeenkomt met 0,9 of 0,8 maal de verticale intensiteit. Opgaven van die intensiteit over de geheele aarde worden daartoe bij de instructie voor het instrument verstrekt. Gewoonlijk zal dan het Noordeinde der magneetjes duiken. Dè verticale magneet in 't nachthuis wordt dan zoo ver naar boven gehaald, met zijn Noordpool naar boven, 'tot de balans den horizontalen stand aanneemt.

Sluiten