Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarnemers, waarvan één de hoogte over de kop meet, kan ook goede resultaten geven.

Voor meer bizondèrheden over dit hoogst belangrijk onderwerp, verwijzen wij naar „de Zee" van 1900.

De cijfers aan hët hoofd der kolommen van de Tabel geven luchttemperaturen (bij de oppervlakte) verminderd met de watertemperatuur.

Hoogte van het oog.

+8°

4-7°

+6° '

+5°

4-4°

+ 3°

+2°

+ 1°

0

LzÜJ

—2° 1 1

—4°

—5°

|-6°

4 M. 1' 1' li' 2' 2' 21' 3' 31' 34/ 4' 4£' 5' 5' 54' 6'

5 „ l-i' li' 2' 2£' 21' 3' 31' 31' 4' 41' 5' 5' 5|' 6' 61'

6 „ li-' 2' 24/ 2-1' 3' 34/ 4' 4' 4£' 5' 5' 54' 6' 64' 64'

7 „ 2' 21' 2i' 3' 3-1' 4' 4' 4|' 5' 5' 5|' 6' 64' 64/ 7'

8 „ 2' 21' 3' 3£' 4' 4' 4-1' 5' 5' 51' 6' 64' 64' 7' 74'

9 „ 3' 3' 31' 4' 4' 41' 5' 5' 5^' 6' 64' 64' 7' 74' 74' 10 „ 3' 31'-31'. 4' 41' 4' 5' 54/6' 6' 64' 7' 7' 74' 8' 12 „ 3£' 4' 4' 41-' 5' 54-'51' 6' 64/ 64' 7' 74' 8' 8' 84' 14 „ 4' 44/ 41' 5' 5£' 51' 6' 6i' 7' 7' 7|' 8' 8' 8i' 9' 16 „ 4i' 4i' 5' 5-1' 6' 6' 6-1' 7' 7' 74/8' 8£' 84/9' 9-1'

In „de Zee" van 1905, blz. 145 en blz. 330, vindt men belangrijke mededeelingen omtrent metingen van kimduiking door den Heer E. Havinga , waaronder een merkwaardig geval van abnormale kimduiking op 19 April 1905 in de Golf van Suez. Des namiddags om 2 uur, bij zeer flauwe koelte en stilte was de luchttemperatuur 23°,7 en de watertemperatuur 21°,6, gevende een verschil van +2°,1; op dat oogenblik was de kimduiking volgens meting 4'40", volgens de Tafel van Brouwer ruim 6' en volgens de Tabel van de Pola 4'. Twee uur later bedroeg de luchttemperatnur 26°,7, de temperatuur van het water 24',3, terwijl er even min als om 2 uur iets bizonders aan de kim te zien was. De meting leerde echter dat er toen geen kimduiking meer was, maar een idmverheffing van 7'. . Toepassing van de kimduiking volgens de Tafelen, zou een fout van 11' a 13' in de hoogte van de zon hebben veroorzaakt.

c. Kimduiking met onvrije kim.

Het kan voorkomen, dat de waarnemer in zijn vrij uitzicht door land belemmerd wordt. Is men dan verplicht de hoogte van een hemellichaam te meten, dat boven 't land staat, dan moet de hoogte bepaald worden boven de afscheiding van land en zee, welke afscheiding men onvrije kim noemt.

Stel h de hoogte van 't oog A, Fig. 120, boven water en de afstand tot het land BC—Q, dan is, als r den straal der aarde voorstelt en /_HAC, de kimduiking met onvrije kim, K" genoemd wordt in A.MAC, waarin de middelpuntshoek M=bgBC=<p is:

Sluiten