Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Berekening van den tijd van hoog water.

Dé verkorte Nautical Almanac geeft de tijden van hoog water te Dover voor eiken dag van het jaar, uitgedrukt in burgerlijken tijd. Men behulp hiervan en de bekende havengetallen van Dover (1 l"12m) en van de plaats waarvan men den tijd van hoog water wil bepalen, kan dit op eenvoudige wijze geschieden. Het verschil der havengetallen van Dover en van de plaats, is tevens het verschil in tijd van boog water van Dover en de plaats. De methode is niet zeer nauwkeurig en kan alleen toegepast worden voor plaatsen die betrekkelijk dicht bij Dover liggen.

Voorbeeld.

3 Februari 1918. Gevraagd tijden van hoog water te Antwerpen. Havengetal Antwerpen = 4u25m „ Dover = llu12m

Antwerpen later: 5u13m 3 Febr. Dover H.W. =3U lmV.M. en S^S^N.M.

Antwerpen later: 5u13m 5u13m

3 Febr. Voormiddagtij = 8u14m Namiddagtij = 8u36m

BEREKENING DER WATERGETIJDEN VOOR PLAATSEN WAARVAN DE GETIJCONSTANTEN BEKEND ZIJN.

De berekening van den tijd van hoogwater, door de Tafel in den verkorten Nautical Almanac, geeft in den regel voor plaatsen aan de kusten van West-Europa bevredigende uitkomsten. Voor vele plaatsen op aarde, waaronder ook die welke in den Ned. Oost-Indischen archipel zijn gelegen, is dit echter niet het geval. De reden hiervan moet gezocht worden in de bijzondere geografische ligging dier plaatsen, waardoor de getij verschijnselen sterk onder den invloed zijn van plaatselijke gesteldheid.

In navolging van Airy, Lord Kelvin en Darwin hebben verschillende andere geleerden zich bezig gehouden met het opsporen van die invloeden. Dr. j. P. van der Stok die zich zeer verdienstelijk maakte door zijne onderzoekingen betreffende de getijgolven in den O. X. Archipel, heeft daarover verschillende geschriften uitgegeven en in zijn werk „de elementaire theorie der getijden" getijtafelen samengesteld, die gegevens bevatten welke in staat stellen de tijden van H.W., den waterstand op een bepaald oogenblik van den dag, de getijstroomen enz. voor verschillende plaatsen in OostIndië te berekenen. De methode die hierbij gevolgd wordt is in algemeene trekken de volgende:

Er wordt aangenomen dat de getij verschijnselen het gevolg zijn van de aantrekkende werking van, in hoofdzaak, zeven denkbeeldige hemellichamen, die hun invloed uitoefenen op een aardbol die omringd is door een laag water die overal even diep is.

Sluiten