Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar slechts als middel om het doel, een vrijer handelsverkeer, te bereiken.

Dit reciprociteitsbeginsel, dat vooral onder den invloed van de Amerikaansche Reciprocity-act in de wetgeving hier te lande zijn intrede deed, werd in verschillende wetten neergelegd. Zoo in de eerste tariefwet, die verklaarde, dat als Nederlandsche schepen zouden worden behandeld de schepen van een rijk, waar van de Nederlandsche schepen geen meerdere rechten zouden worden gevorderd dan van de nationale.

Deze opvatting sprak ook uit de regeling der lastgelden, die in de Wet over de vaart op de Middellandsche Zee en de Schalen van de Levant1) was neergelegd, en waarbij was bepaald, dat het lastgeld tot de helft zou worden verminderd voor schepen onder Nederlandsche vlag of onder de vlag van een rijk, waar de Nederlandsche schepen aan geen hooger rechten dan die van de eigen onderdanen waren onderworpen. Tegenover het Besluit van 11 Juh 1814»), dat het onderscheid in scheepsrechten nog niet opstelde, maar de nationale schepen even zwaar als de vreemde belastte, was hier een fijnere nuanceering, een ontwikkeling dus, te bespeuren.

Ook de maatregelen, tegenover de Vereenigde Staten in 1817 genomen»), hadden ten doel het wederkeerigheidsbeginsel in de heffing der tonnegelden en invoerrechten door de Amerikaansche regeering erkend te doen krijgen; evenzoo werd het aangetroffen in het ontwerp-tractaat met deze, door Goldberg in het jaar 1815 opgesteld4) 5).

Ten slotte treft men het ook aan in het opmerkelijk schema, door van Hogendorp in 1814 opgesteld in den vorm van een „memorie over de handelsverdragen" •).

Toepassing Een onderzoek, op initiatief van Willem I ingesteld naar de

van het weder-

keerigheidsbe-

ginsel tegenover Engeland, i) Wet van 19 December 1817, Stbl. no. 34, art. I § b.

!) Stbl. no. 80. T . )0(0

») Novelle van 10 April 1817, K. B. van 24 November 1817 en van 19 Juni 1818; vgl. Economisch-Historisch Jaarboek I.

4) Aldaar, blz. 220. „ .

* Eveneens in de wet van 14 Maart 1819, Stbl. no. 11, tegen Zweden aangenomen, die den invoer van andere goederen dan Nederlandsche of koloniale op Nederlandsche schepen had verboden.

') Brieven en Gedenkschriften, VI, blz. 456.

Sluiten