Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de paspoorten, de expeditiëh bij het Vertrek, mitsgaders de wakers van de toHen der tabak, die aan boord der schepen geplaatst worden, van de Nederlandsche schepen gevorderd naar de schaal van die der minst bevoorregte natiën, alle welke betalingen, die voor de wakers alléén uitgezonderd, gezamenlijk nederkomen op /12.— of daaromstreeks per schip, terwijl de laatstgemelde onkosten een bezwaar veroorzaken van / 3.10 daags tot de » volkomen lossing van het vaartuig.

Het is, naar des ondergeteekendens opinie, duidelijk op te maken, zoowel uit de bewoordingen van art. 206 der wet van 3 Oct. 1816»), als uit die van art. 1 par. b van de wet van 19 Dec. 1817a), dat het gouvernement, bij het voorwaardehjk daarstellen van de daarin vervatte gunstige beschikkingen van de vreemde scheepvaart, in het algemeen alleenlijk bet oog gehad heeft op de lasten en regten, aan welke de Nederlandsche schepen in vreemde landen onderhevig zijn, en geenszins op de regten, die betaald worden van koopmanschappen, met dezelve aangebragt, mitsgaders dat onder de voorschreven benaming van lasten en regten, in de beide gedachte artikelen voorkomende, wel bijzonder gedoeld zal zijn op de eigenlijke lastgelden, aan welke de Nederlandsche schepen in vreemde havens onderworpen zijn, dewijl het voorafgaande woord lastgelden als het ware bij tegenoverstelling de beteekenis bepaalt van de vervolgens respectivehjk gebezigde benamingen van lasten en regten.

De zaak uit dit oogpunt beschouwd zijnde, komt het den ondergeteekende voor, dat het Departement der Convooien en Licenten indertijd de gunstige uitzondering bij het 206» art. der wet van 3 Oct. 1816 niet ten onregte op de scheepvaart der mogendheden in questie heeft toegepast, alzoo toch uit het hiervóór ge¬

il Art 206 luidt: „Van Nederlandsche schepen, onder Nederlandsche vlag varende, zal voor lastgeld op het inkomen betaald worden 30 stuivers en op het uitgaan 15 stuivers van elklast, dat de schepen inhouden, het last gerekend tegen 2 tonnen, waarmed dezdven zulten vrij zijn van den eersten January tot den ^^^^ sloten van elk jaar, ofschoon in hetzelfde jaar meer dan eene reize ctoende. En zullen in betrlktóng tot het lastgeld mede als Nederlandsche schepen worden behandeld alle LuikT wefke de vlag voeren van en tehuis behooren in een rijk, staat of haven, alwa^^ de Nederlandsche schepen geene meerdere of andere lasten dan van eigene

^TfMi^Delastgelden onder « en 6 vermeld, zuUen op de helft vermindeed warden fen aanz en van schepen onder Nederlandsche vlag of onder de vlag van Se mogendheid, in welker gebied de Nederlandsche scheper,. aan geene hoogere regten dan die van hare eigen onderdanen onderworpen zijn. (Stsbl. no. 34 )

Sluiten