Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 27. — l8l8, AugUStUS 13. — FALCK AAN DEN KONING *)•

Het blijkt , dat de bedoeling der wetsbepaling,

in dat artikel') voorkomende, op eene verschillende wijze is opgevat daar het Departement van de Konvoyen enLicenten het faveur der'gelijkstelling met Nederlandsche schepen in het algemeen heeft toegekend aan schepen van die mogendheden, in wi^staten de Nederlandsche schepen ten aanzien van het eigenlijk gezegde last- of tonnengelden aan geene hoogere regten onderworpen zijn dan de nationale schepen»), terwijl bij het Departement van Koophandel en Koloniën werd begrepen dat de wet meer vordert en dat geene vreemde schepen met betrekking tot het lastgeld als Nederlandsche schepen moeten behandeld worden dan dezulke, welke varen onder de vlag van of tehuis behooren in een rijk, staat of haven, alwaar van de Nederlandsche schepen geene hoogere scheepsregten, hoe ook genaamd, gevorderd worden dan

van eigen schepen. . .

En deze interpretatie komt mij voor uit de bewoordingen zelve der wet ontleend te zijn. Wat toch wordt bij het 206e art. bepaald als de voorwaarde, op welke vreemde schepen als Nederlandsche zullen behandeld worden? Dat in de landen, alwaar deze vreemde schepen tehuis behooren, van de Nederlandsche geene meerdere of andere lasten dan van eigen schepen worden gevor-

^Door deze uitdrukking heeft de wetgever, naar mijn oordeel, bedoeld een gelijke behandeling ten aanzien van a 11 e s c h e e p sregten, hetzij dan bekend onder de benaming van last- of tonnengeld, hetzij hoe ook anders genaamd, in één woord, alle regten, welke op het schip drukken. A

Ingevalle toch alleen het lastgeld ware beoogd geworden dan warTzulks in een artikel, waarbij ten aanzien van dat lastgeld eene voorwaardelijke gelijkstelling beloofd wordt ^ ^ behouden geworden en gezegd: „geen hooger lastgeld . doch nu heeft men zich van generale bewoordingen bediend: „geene meerdere of andere lasten". En zal deze laatste uitdrukking eenige beteekenis hebben, dan omvat dezelve alle regten, welke onder de

X) Uit den Haag. no. 295- - R- Buitenlandsehe Zaken, exh. sa Aug. 1818, V S

32"'Art. zo6 der wet van 3 October 1816. zie hiervóór, blz. 4*. noot r. ») Hiervóór, blz. 40.

Sluiten