Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te doen hoopen (kanten bv. en linnens), anderen zijn weliswaar matig afgeslagen, maar van dien aard, dat men bij ons vreest de mededinging van de Franschen niet te zullen kunnen uithouden, zoo wij geene mindere regten te betalen hebben dan zij. Oni maar iets te noemen: de meekrap, die men, al het overige gelijkstaande, hier liefst uit Avignon trekt. Een paar kundige kooplieden van Rotterdam en Antwerpen zouden al spoedig opgaven kunnen doen van ettelijke artikelen, die het van Wezenlijk belang voor ons is, dat Engeland nog meer begunstige. Aan juiste informatiêh van hetgeen hier omgaat kan het hun niet ontbreken.

Men wil dat reeds voorleden Zaturdag») onderscheidene expressen uit de city naar het vasteland gezonden zijn met bestelingen op goederen, die in de entrepots het tijdstip van het emaneren der nieuwe wetten zullen komen afwachten.

De heer Huskisson gaat morgen of overmorgen naar buiten, om gedurende den tijd, dat de zittingen der Kamers geschorst zijn zullen, uit te rusten van Zijn gewigtigen arbeid en de menigvuldige aanspraak te ontgaan der brave heden, die hem luide toejuichen voor het geheel van zijn systema, doch die, elk op zijne wijze, eene uitzondering begeeren voor eenig gedeelte.

No. 109. — 1825, Mei 31. — FALCK AAN DE CONINCK *).

Hierboven is reeds gezegd dat het verder gebruiken

der niet inNederland gebouwde schepen, de kwestie, die mij eigenlijk naar dit gesprek had doen verlangen, buiten af doening is gebleven*), doch de heer Huskisson het bij herhaling blijken, dat zulks niet moeyehjk te schikken zoude zijn, indien men zich kwam te verstaan over de koloniale vaart en handel in het algemeen* Zijne meening helt zelfs over naar de oorbaarheid van een conventie, welke alles omvatten zoude wat tusschen de beide rijken, op punten van commercie en navigatie, te regelen zijn mag, en welke ik dus onvervankelijk oordeele, dat zoude loopen:

*) 26 Maart. >) R. a., Waterstaat 2567.

•) Bij het tractaat van 12 Augustus 1815 had Groot-Brittannië aan Nederland toegestaan (art. 1), dat in de vaart op de vroegere Nederlandsche koloniën Demeraryj Berbice en Essequibo gedurende vijf jaar ook niet in Nederland gebouwde schepen zouden mogen worden gebruikt. In 1820 werd deze termijn weder met vijf jaar verlengd. In 1825 heeft Falck getracht nogmaals verlenging te verkrijgen.

Sluiten