Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeker het eerste — in groote hoeveelheid tot bezaayen van hunnen eigenen grond noodig hebben, zoude de vernrindering der regten ook voor hunzelven voordeelig zijn.

Omtrent de gestampte' meekrap hebben wij zeer te verlangen, dat de regten op dezelve nog eene aanmerkelijke vennindering ondergaan.

De regten op onze boter, kaas, vleesch, gezoute en gedroogde huiden, gewerkt leer, gehekeld vlas, zijn alle voor aanmerkelijke vermindering vatbaar. Deze artikelen zoowel als de uitvoer van vee zijn voor onzen landbouw van groot belang; als wij het vlas niet meer alleen in den ruwen staat behoeven uit te voeren, zoude daardoor rnisschien eene tak van industrie terug zijn gevonden, die thans als genoegzaam verloren beschouwd kan worden.

Een vermeerderd debouché in Engeland van onze jenever zoude voor handel, landbouw en nijverheid gelijkelijk voordeelig wezen, maar ik vrees, dat het ondoenlijk zal zijn om de bepalingen daaromtrent veranderd te krijgen; misschien gelukte het, indien men daartegen bij ons de regten op de katoenen garens verminderde (waarover ik zoo aanstonds spreken zal).

Azijn zoude misschien mede een artikel van exportatie naar Engeland kunnen worden, indien de enorme regten aldaar eenigszins in verhouding met de onzen wierden gesteld.

Dit artikel doet mij overgaan tot de meer eigenlijke fabriekgoederen. Van de manufacturen heb ik reeds met een enkel woord gesproken en het geheel is zoodanig, dat het een naauwelijks overzienbaar veld voor ons openstelt.

Als diegenen, waarvan wij het meeste voordeel zouden kunnen rekken, meen ik te moeten opnoemen lakens, kanten, tapijten, welke tegenwoordig in ons vaderland in eene groote mate van volkomenheid vervaardigd worden en bij matige inkomende regten zoowel hier als in Engeland meer door ons aan hen geleverd dan van hen ontvangen zouden worden. Vervolgens ammunitie, boeken, hoeden, messenmakerswerk, pennen, speelkaarten, staalwerk, tabakspijpen, welke alle bij matige inkomende regten door onze lagere arbeidsloonen misschien nu of later met voordeel naar Engeland zouden te zenden rijn, ofschoon het moeilijk is hiervan a priori iets te zeggen, devrijl men thans aldaar met onze voortbrengselen van dezen aard niet bekend is en er dus de betrekkelijke waarde niet van kan opgeven.

Sluiten