Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den aanvang reeds tegen een of andere toepassing meent te moeten wapenen, schijnt niet aan het oogmerk te voldoen, want het bezorgt de vrijheid niet, welke men verlangt, en belemmert altijd in het nemen van eigenzelvige maatregelen.

Deze aanmerking schijnt in het onderhavig geval van zooveel te meer waarde als het zeker is, dat toch door de toelating van de vrije vaart op Suriname aan vreemden aan onze nationale handelaren en reederijen op het minst genomen mededinging wordt bezorgd, die dan alleen te wettigen is, wanneer zij zelve weder met goed gevolg op hunne beurt mededingers kunnen worden.

Eindelijk dient nog te worden overwogen, of het aan te raden zij eene afzonderlijke conventie over dit bepaald onderwerp aan te gaan, dan of het beter rij ook dit punt uit te steljen, totdat men over een meer algemeen commercie-tractaat zal kunnen overeenkomen.

Waneer men alles in eens op den nu reeds meermalen aangewezen voet kan afdoen, was zulks verre het beste, maar het schijnt, dat daartoe de omstandigheden en het tijdstip nog niet rijp rijn! Het is dus te voorzien, dat als eenmaal deze aangelegenheden geregeld rijn, het overige eenen tragen voortgang zal ondervinden, en op zichzelve zou dit dan niet wenschelijk schijnen. Wanneer evenwel het koloniaal onderwerp zou kunnen geregeld worden in eenen waarlijk milden geest, dan zou het welligt groote nuttigheid hebben om van stap tot stap voort te gaan en geene gelegenheid te laten voorbijgaan, die tot het aannemen van eenealgemeene liberale behandeling leiden kan, en alzoo te toonen, dat Nederland gezind is den ingetreden weg met vaste schreden te vervolgen.

De ondergeteekenden zouden dus van meening zijn, dat aan Z. M. zou kunnen worden voorgesteld om den ambassadeur te Londen te magtigen om over de onderhavige vrije vaart op de wederzijdsche bezittingen in Afrika, Amerika en het eigenlijk gezegde West-Indiƫ de bijzondere onderhandelingen met het Britsche rninisterie voort te zetten, doch denzelven tevens, onder mededeeling van de gemaakte bedenkingen, aan te schrijven om dezelve daarbij in acht te nemen en om zoo voorts de noodige berigten in te winnen omtrent de verordeningen, welke in de Britsche koloniƫn op het stuk van handel en vaart reeds bestaan, met uitnoodiging om dezelve aan Uwe Exc. met zijne considera-

Posthumus.

Sluiten