Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlandsche kooplieden, wier geest van onderneming en handelsveerkracht door veeljarige tegenspoeden tot een zekeren graad zijn verslapt en uitgedoofd, geenen gelijken tred zullen houden met hunnen rijkere en tot het opsporen van nieuwe kanalen voor den handel meer geneigde en geoefende mededingers en dat zij hunne aandacht meer zullen vestigen op de ontginning van het wijde veld, door de bevrijding der Spaansche kolonies, alwaar zij slechts met andere vreemden Zullen hebben te wedijveren, aan hunne handelsondernemingen aangeboden, dan op de vaart naar de Britsche koloniën in West-Indiën en Amerika, waarin zij, al werden dezelve vrij gegeven, zich steeds in aanraking zullen vinden met de voorliefde voor hunne eigene landgenooten, welke het Engelsche karakter altijd heeft gekenmerkt, terwijl ook de vestiging van vele Engelsche planters en koopheden te Suriname en o. a. in de Nickerie en de daar veelal aangenomene Engelsche zeden en gewoonten der Nederlanders, bijaldien de kolonie eenmaal voor de Engelschen geopend word, naar ik vrese, aan eenen voor hun ongelijken wedstrijd zullen blootstellenOnder zoodanige uitzigten wordt het misschien bedenkelijk om tot verkrijging van wisselvallige toekomstige voordeelen den vrij gunstigen tegenwoordigen staat van zaken te laten varen en de vertoogen van Amsterdam te beschouwen als hersenschimmen en steunende op ingenomenheid met het oude of als in verband staande met de bijzondere belangen eener enkele stad, terwijl het vooralsnog niet kan geacht worden te zijn uitgemaakt, of Amsterdam door deszelfs uitgestrekten handel op Surinamen niet veel meer behoort beschouwd te worden als vertegenwoordigende de meerderheid in 't belang der zaak van de Nederlandschen handel op die kolonie. Dan wat hiervan ook rijn moge, wenschelijk ware het Uwer Exc.'s gedachten te Vernemen omtrent de vraag, of bijaldien het den koning mogt behagen H. D. toestemming te geven tot de door den heer Canning voorgestelde onderhandeling over de wederkeerige vrije scheepvaart op de bedoelde koloniën, het, in plaats van de toekomst te doen afhangen van staatshuishoudelijk een commercieele bespiegelingen en van altijd min of meer wisselvallige en gewaagde berekeningen a priori, niet voorzigtiger en staatkundiger rijn zoude, de toekomst omgekeerd ondergeschikt te maken aan

Sluiten