Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

midden te brengen; doch dit scheen de moeite niet waardig te wezen, en hoewel ik er bijvoegde, dat zulks, buiten den omslag eener formeele overeenkomst, door het wisselen van een paar nota's geregeld worden kon, bleef mijn voorslag zonder dadelijk gevolg, daar o. a. door den heer Huskisson aangemerkt weid, dat het eene vreemde houding zoude hebben, indien zijn ambtgenoot met mij eene vriendschappelijke afspraak maakte over een subordinaat belang, op denzelfden tijd, dat zijne pligt vorderen zoude om in Z. M.'s raad retorsieve maatregelen tegen ons te provoceren ten aanzien van een veel gewigter punt.

Vooreerst dus zal ik die zaak der scheepsregten laten rusten. Er zal altijd wel gelegenheid zijn om dezelve tot klaarheid te brengen, wanneer wij eens weten, waaraan ons te houden ten opzigte der onderscheidene regten op de goederen. Dat nu dit laatste inderdaad in de oogen der Engelsche ministers gewigtig is en hunne aandacht bezig houdt, zal Uwe Exc. blijken uit hetgene mij verder te berigten valt.

Bij het eindigen der conferentie was afgesproken, dat ik het mondeling medegedeelde in geschrifte vervatten zoude en dat daarover dan zoude worden beraadslaagd en mij van het resultaat kennis gegeven. Maar terwijl ik mij met dat opstel bezig hield, ontving ik de kopyelijk hiernevensgaande nota van de heeren Canning en Huskisson gezamentlijk1). Misschien hebben zij gedacht, dat ik instructiƫn had, die mij veroorloofden om toe te geven, zoo de oplegging van het een vijfde bleek ernst te zijn, en dat zij mij dus allen twijfel daaromtrent hoe eer hoe liever moesten benemen. Was er eene andere bedoeling, ik kan die nu niet raden; maar in geen geval wil ik gelooven, dat het hun, zooals zij te kennen geven, alleen te doen was om mij uit zekere dwaling te helpen omtrent de volledigheid der afschaffing van hunne discriminating duties met den $den January. Ik laat aan Uwe Exc. over om te beoordeelen, of zoodanige dwaling aan mijne zijde onderstelbaar is en, zoo ja, of dan de heer Huskisson de man is die, in plaats van mij dadelijk te regt te helpen, eerst de tekst der parlementsakten (n.b. zijn eigen werk) zoude moeten gaan raadplegen. Doch wat hiervan ook zijn moge, in mijn antwoord, van hetwelk een afschrift deze insgelijks vergezelt *),

') No. 141. *) No. 143.

Sluiten