Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de schatkist wordt, welks inkomsten in verband staan met de terug te geven som.

De overweging van het een en ander doet den ondergeteekenden tot het gevoelen overhellen, dat de bepaling van art. 10 der wet van 26 Augustus 1822 zonder groot ongerief vooral uit hoofde van haren moreelen invloed niet kan worden ingetrokken, doch dat overweging verdienen zoude om eene gelijke korting aan vreemde vlaggen te geven, bijaldien daarentegen voordeelen voor handel en scheepvaart bij die mogendheden konde bedongen worden, welker bodems ten aanzien van de teruggave met Nederlandsche schepen zouden worden gelijkgesteld.

Het komt den ondergeteekenden voor, eensdeels dat zoodanig een aanbod de grond van klagten bij vreemde mogendheden zeer aanmerkelijk vennindert, en anderdeels, dat de Nederlandsche ingezetenen geen reden van bezwaar zullen hebben, wanneer de teruggave het gevolg wordt van een tractaat, hetwelk wederkeerige voordeelen aan onzen handel en scheepvaart belooft.

Het belang van de schatkist zou hier in aanmerking kunnen komen, doch behalve dat hetzelve ten aanzien van de in- en uitgaande regten naar des ondergeteekendens inzien steeds ondergeschikt moet zijn aan het belang van onzen handel, scheepvaart en nijverheid, gelooft de ondergeteekende, dat het gemis van inkomen niet aanzienlijk genoeg kan zijn om op te wegen tegen de voordeelen, welke voor de Nederlandsche ingezetenen zouden kunnen worden bedongen, en dat deze opoffering in allen geval ver te verkiezen is boven de intrekking der toegestane gunst en aan Z. M. gerustelijk kan worden aangeraden, zoodra rij een middel wordt om klagten van buitenlandsche mogendheden weg te nemen en de vrees te doen vervallen voor maatregelen van represaille tegen de Nederlandsche handel en scheepvaart in vreemde havens.

No. i6ï. — 1827, Mei 4. — netscher

aan van GOBBELSCHROY1).

Het is niet onbelangrijk bij de behandeling van dit vraagstuk terug te komen op het tijdvak, toen bij eene algemeene herziening

*) R. A., Waterstaat 2567. Netscher was Administrateur voor de Nationale Nijverheid ad interim, tijdens afwezigheid van Stratenus.

Sluiten