Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooals zulks maar al te dikwerf alhier plaats heeft, dan moeten de orders natuurlijkerwijze onuitgevoerd blijven liggen en, Sire! de zoo gewenschte levendigheid in den handel vindt geen plaats, uit hoofde de Nederlandsche schepen verstoken blijven van de voordeelen dier vrachtvaart.

Wanneer de Kamer verder overweegt, dat, hoezeer de nieuwe in Engeland voorgestelde graanwet over het algemeen hooge regten ademt en voorstaat, zoo is in het beginzel zelve naar het oordeel van de Kamer evenwel meer toenadering tot liberale gevoelens te bespeuren dan in de wet, die alsnog in Engeland in kracht is. De havens blijven steeds open volgens de nieuwe wet, en hoezeer de hoog opklimmende regten eene buitengewone bescherming aan den Engelschen landbouw verkenen, zoo kunnen bij eene prijsverhooging, wanneer de regten in evenredigheid afdalen, alras verzendingen plaats hebben, die den zoo diep vervallen staat onzes graanhandels en landbouws weder eenigzints zouden kunnen doen herleven.

En wanneer de Kamer al verder met gevoelens van diepe erkentenis en dankbaarheid in aanmerking neemt, dat door U. M.'s genomen goedgunstig besluit ter vestiging van een groot entrepot binnen deze stad vele belemmeringen, die thans den handel drukken, zullen worden opgeheven en de graanhandel dus ook in de voordeelen, welke men zich van dezen maatregel voorstelt, zal deelen, zoo schijnen de uitzigten op een levendiger vertier meer opbeurend te zijn dan zulks sedert eenen geruimen tijd het geval geweest is. Intusschen zoude, zooals reeds vroeger aangewezen is, de uitsluiting der Nederlandsche schepen voor deze vrachtvaart die opbeuring weder geheel in den weg treden. Het ware derhalve naar het oordeel der Kamer eene allerwenschelijke zaak, dat ten dezen opzigte en zoo mogelijk in het algemeen de wederzijdsche vlaggen gelijke voorregten over en weder mogten kunnen genieten.

De Kamer ontveinst geenzins, dat hetgeen zij hieromtrent de vrijheid neemt aan U. M. als wenschelijk voor te dragen en ook werkelijk als zoodanig door haar wordt beschouwd, slechts een enkel onderdeel uitmaakt van een veel omvattend geheel, hetwelk zij niet vermag te overzien, en mitsdien aan groote, haar niet genoegzaam bekende zwarigheden zoude kunnen onderhevig zijn. Ook wenscht zij niet alleen beschouwd te worden als zich geheel te on-

Sluiten