Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willende men dat de importatiën alleen met eigene bodems zullen geschieden, terwijl wat de exportatiën betreft, ofschoon daaromtrent gelijke onderscheiding in de regten bestaan, deze evenwel daarop van genoegzaam geen uitwerksel is, doordat de regten van uitvoer zelve over het algemeen reeds zeer gering zijn. Hieraan schrijf ik het dan ook toe, dat de tabellen van navigatie in de jongst verlopene jaren, welke zich ook in handen van UH.E.G. bevinden, alleen beladene schepen behelzende, altijd meer inklaringen dan uitklaringen over dezelfde tijdvakken aanbieden, en dit zoo zijnde, kan men zeggen, dat ieder staat, welke dusdanige onderscheidenlijke regten instelt, den handel en scheepvaart van zijnen nabuur een gewigtig kwaad doet en zelve tevens eenigermate in dit kwaad deelt door de schadelijke of min voordeelige vrachten, die hiervan in het algemeen het gevolg moeten zijn, vermits nu elk zich wel beijvert om eigene schepen voor de importatiën te gebruiken, maar, in andere landen gelijke onderscheidingen aantreffende, hij toch bij de exportatiën tot de voorkeuze van de schepen van zoodanige natie gedrongen is. Het grooter onderscheid, in Engeland op dit stuk gemaakt dan bij ons, doet de van hare zijde bewerkte en aan ons toegebragte schade zooveel te gevoeliger worden, en wenschelijk, hoogst wenschelijk ware het in mijn oog, dat het welbegrepen belang van den handel in het algemeen hem daarvan terug mogt brengen en bewegen om de onderscheiding, welke men nog in dit opzigt mogt begeren, alleen in eene tegemoetkoming, maar niet in een dwangmiddel te doen bestaan. Maar ook hieromtrent is mij geene de minste nuttigheid gebleken in de opoffering van de onderscheiding van het eene tiende van onze zijde, zoolang de elders bestaande onderscheiding van een vijfde der regten aan dien maatregel toch alle kracht zou blijven benemen, en integendeel kan dit een tiende bij ons dan toch nu nog tot het eenig mogelijke tegenwicht verstrekken om het bestaande kwaad te temperen, ten minsten hetzelve voor onze scheepvaart niet geheel noodlottig te doen worden. Middelen om bij de intrekking daarvan aan onze zijde de Nederlandsche scheepvaart voor dit gemis op eene andere wijze vergoeding te verschaffen zijn mij niet voorgekomen, ten minste geene, welke mij raadzaam zijn toegeschenen.

Sluiten