Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij alweer vergeefs dn een schoone illusie had geleefd, dat standsverschil of de kwade faam van zijn losbandig leven zich plaatsten tusschen hem en wat hem het hoogst geluk scheen, dan mocht de luchthartige toon van zijn scherts, de wilde roes van schijnvreugd' zijn diep, innig leed voor de buitenwereld verbergen, bdji voelde zich geslagen door het lot, hij kwam in opstand tegen de maatschappij en het leven, hij keerde in .tot zichzelf, zat na dagen van rumoerig benauwenden jool troosteloos neer in zwarte somberheid, niet begrijpend' de tyrannie van leven en maatschappij, snakkend naar reinheid en rust.

Na zijn eerste ernstige liefde voor „een frisse suyv're Maacht", van wie ons niets naders 'bekend' is, kwam die vlammend extatische sohoonheids-ontroeriing, die gloeiend hartstochtelijke begeerte, waarvan we dè siddering voelen gaan door zijn malsche sensueele verzen, voor die „bruynooghd' Coninginne", wel inderdaad de Margriete der twaalf sonnetten „Van de sdhoonheyt," *) de Margriete, die hij schildert:

Vroegb in den dagheraadt, de schoone gaat ontbinden, Den gouden blonden tros, citroenich van coleur Gheseten in de lucht, recht buyten dachter-deur, Daar groene wijngaarÜoof oyt louwen muyr beminden.

Dan beven amoureus de lieffelijckste winden, In 't gliele sijdich hayr, en groeten met een geur Haar Goddelijck aanschijn, opdat sij deze keur Behieldt van dagelijcx haar daar te laten vinden.

GheluckigJi is de kam, verguldt van Elpen-been, Die dese vlechten streelt, dit waardigh zynd' alleen; GheJuckigher het snoer, dat in haar dicke tuyten

Mijn ziele mee verbindt, en om 't hooft gaat besluyten, Hoewel dek 't liever sie wildt-golvioh na sijn jonst, Het schoone van naituyr passeert doch alle konst.

4) Zie Dr. J. B. Schepers, Bredero'i liefde Toor Marsariete N. Gids, April en Mei 1913.

Sluiten