Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

So bid ick: siet eens an My! dalierdroefste Man Die oyt Moeder ghewan, Overmits dat ick van De braefste ziel moet swerven. Die zwerftocht eindigde reeds op 23 Augustus van hetzelfde jaar.

Door heel zijn. leven heen is hem dte hooge heilige liefdé een bron van droefheid' en vertwijfeling geweest. De smart over de onbereikbaarheid van zijn gedroomd geluk jaagt hem in den dollen roes van wijn en vrouwen, en als hij ontwaakt en ziet in ontzetting zijn fiere hoogheid van ziel vertrapt, schreit bij op in ontstellende wanhoop, slaakt bij smartkreten van diepe, zuivere rnenschelijkheid, zooals we niet kennen in heel onze litteratuur:

Waer i» nu dat hart? Waer de gedachten? Waer 't gemoet? Datso Mannelijck conde verachten 's Werelts goet, Dat de Croon En de Heerlyckheen En de scepters schoon Zou trots vertreen? Hij voelt zich machteloos geslagen tegenover den hoogen droom van zijn versmade liefde. Hij heeft alles „versmeten in de wint", maar vergeten kan hij niet haar, die met hem spot.

Dat hart kan sich breydelen noch bedwingen In sijn leet,

Dat soo grootmoedelijck alle dinghen Eerst versmeet 0 verdriet!

O pijn! o quaal! o smart! Ghij maalt tot niet Dit groote Hart. Bij al zijn fierheid en zelfgevoel is er door heel zijn

Sluiten