Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaan en de zaak elders op denzelfden voet te gaan voortzetten.

Met al wat zich om deze beiden heen groepeert en er één mee wordt, bet ratelend en zwatelend gekakel van het benepen menschenzoodje, bet knus, smeuïg gemummel over de zielige kleinheid van het dagelijksch bestaan, bet verterend oplaaien van bruten zinnenlust, het grijnzend gluren van den zinnenleugen, bet fel begeeren van den hebzucht, bet dolzinnig vechten om het bezit van al het kleine en onbeteekenende, waar dé mensch zijn heil aan hangt, is dit spel geworden bet brandende, schrijnende leven zelf, dé machtige uiting van al 'het zieleleed, al het pijnlijke, het benauwend gore, het onafwendbaar naar beneden rukkende, dat het gemoed van dén dichter kwelt, dat invreet in de onbeschrijfelijke deelen van zijn kunstenaarsziel.

De macht van zijn genialen scheppingsdrang heeft over dit alles getriumfeerd. Met een droeven lach beeft hij al wat daar buiten hem was, waarin zijn leed zich weerspiegelde, maar waarin .toch zijn oog, dat de realiteit en 't bonte leven beminde, zich (verlustigde, samengegrepen en er, grootendeels wel onbewust, zijn eigen leed in gesymboliseerd, opzettend' dat breede tafereel in robuste kleur, met vaste hand de massa's verdeelend en fijn detailleerend. Zijn onbewuste grootheid1 als kunstenaar is, dat hij alle bitterheid er buiten heeft gehouden; dat hij zijn leed daar buiten zich zelf heeft neer gezet rustig, geestig, in volle levende kracht. En dé massa lacht om het drollige, om de schunnige schuinheid van moppen, om de levende werkelijkheid van het 'tafereel, het gezond eten van den pronker en den bedeljongen, de razende woede van Byaterys en Geraert. En de rederyker Breero maakt zich wijs, dat hij zijn medémenschen wat nuttigs heeft willen leeren en de kwade practijken van bankroetiers aardig aan de kaak heeft gesteld.

Alleen wie dieper weet door te dringen in den geest

De Spaansche Brabander 2

Sluiten