Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Soo wensch ik, dat't haer wel .gaat Aan ziel, aan lijf, na wil en wensch, 60 Soo wel als eendg levend' mensch. Maar gij verlichte, suiver, net, Die op mijn werken lustig let, Hier hebdy maar een slecht gerijm, Dat niet en riekt na Grieksche tijm 65 Noch Roomsch gewas, maar na 't gébloemt Van Hollant klein, doch wyt beroemt; Al heeft't geen uitheemsche geur,

't Is Amsterdams, daar gaat't veur. Het Nederlantsche doffe kruit 70 Geeft voor ditmaal niet soeters uit.

Als gij en siet; soo 't <a niet smaakt,

Soo bid ik, dat gij 't honich maakt

Met u geleerde groote geest,

Die 't best uit u Boek-weiden leest 75 En brengt't in u Bije-kort,

Daar ik nauwlijks bij komen dorf,

Om dat ik, 't welk ik vry beken,

De minste van u Bijen ben.

't Kan verkeer en. Anno 1618; den 6 JuniJ

63 Slecht: eenvoudig.

66 Daar gaat 't veur : anders wil het zich niet voordoen. 70 Mei; niets.

74 Boek-weiden: een woordspeling met boekweit en weiden van boeken. Leest: zamelt. >

75 Bije-korf : toespeling op het blazoen van Coster s Academie; zoo ook in thVm en honig van vs. 64 en 72. De Latijnsche zinspreuk van dit blazoen beteekende: Het werk bloeit en de geurige honig ruikt naar thijm.

Sluiten