Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Robbeknol: En ik sal jou, mijn Heer, een goede dienaar zijn. Ierolimo: 65 Hoe is ouwen naam?

Robb ekno 1: Robbeknol, tot jouwen dienst. Ierolimo:

Gij zijt een nettert

Van waar sij de gij?

Robbekno 1: Van waar? van Emden, God beter 't. Ierolimo:

Ho, ho, een Embder potschijter. Wel zemers, dat

komt snel.

Robbekno 1: Ja, ja, praat jij wat, d'Amster dammers en Brabanders kennen 't ook wel.

Ierolimo:

Dat is ook waar. Hede nog ouwers, of hede se verloren?

70 En wa was hoor doen 't?

Robbekno 1:

Mijn Vader was een Vries geboren, Te Bolssert in Vrieslant. En mijn Moer was van

Alkmaar:

Immers na veel avontuurs en loopens kregen se

malkaar.

Men vaar was een meulenaar, en mijn moer liep met

de veering:

65 Netter 1: kwiek kereltje.

67 Potschijter: een scheldnaam voor de inwoners van Embden. Hij beteekent misschien bedrieger. — Zemers, dat komt snel: potdorie, dat openbaart zich al gauw? Vermoedelijk: je laat al gauw merken, wat je voor een kereltje bent.

69 Hede: heb je.

70 Wa was hoor doen 't?: wat waren dat voor lui?

72 Immer*: in elk geval.

73 Veering: springstier.

Sluiten