Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want hier eseid, al seg ik het self, sij verstond 'r lijdig wel op de neering: 75 Sij kon 't van 'buiitene sien, of 't lokken sou of niet. Dat 's nou al eveliens. Daar na, Jonker, soo is 't

eschiet,

Dat mijn vaar, slimme Piet, (ik sel 't je seggen met

luttel woorden) Uit de bakkers koorensakken meer nam, als 'hem toebehoorden.

Ierolimo:

Dat gebrek is heel gemeen, 't is de manier van 't land. Robbekno 1: 80 De meulenaars, mijn Heer, die hebben nu een aar

verstand,

Sij speelen: hout wat en geeft wat. Immers door 't

voorloiopen van goe-mannen So worden d'r mijn vaar in 't heimelijk om egieselt en

uit ebannen;

Doen raakten hij bij de Spanjj aarts in dienst, hier in

de krijg.

Ik weet niet wat hij heur gedaan had, sij kookten

hem een vijg,

85 Daar hij of sturf. Als m'n moer, Aaltje Melis, van s'n

doot vernam,

So trok se met me, en met heur goetjen, hier t'Amsterdam,

En sij huerden een huiajen, en sij hing uit de Graaf

van Embden,

74 Hier acid: onder ons gezegd. — Lijdig wel: bijzonder goed.

79 Gemeen: laag.

80 Hebben nu een air Versland: denken er nu eenmaal ander* over.

81 Immers door 't voorloopen van goe-mannen: maar door *t ijveren van g. Goe-mannen waren betrouwbare personen, die bet gerecht in verschillende zaken bijstonden.

82 Worden d'r: werd er.

83 Doen: toen.

84 Sij kookten hem een vijg daar hij of sturf: zij maakten hem van kant. 87 Hing uit de Gr. V. E.: als uithangbord nl.

Sluiten