Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T r ij n:

Wij wandlen met vermaak bij dees rivier, Monseur.

Robbeknol: Triumphante vroukens, met eer en deugt bepaerelt, Die met ou oogskens dwingt de grootste van de

waerelt,

620 U alderrninste slaaf die gai weet op der aart,

Die wenst ou al het geen da gai denkt en begaart. Ik bid ou Majesteit, baar soo laag te verneeren, Dat ik een letsken mocht met ou wat pourmaneeren. An:

Dees bede niet alleen sij u geconsenteert:

625 Maar wij houden daar toe ons grootelijks vereert, Soo wel door u persoon, als door u reverencie

Ierolimo:

Goddinnekens, gij verwint in schoonhei t en scientie

De wij se P alias en de suiv're Diaan,

De blonde Venus en de dochter van de Swaan,

630 De Spartsche Koningin, die 't hoogmoedige Troyen Ten bloet en brande brocht, en '1 Grieksche leger

doien.

O monarchale Vrouw! dat ou dien Phoebus sag, Dat groote licht en sou niet stralen desen dag, Hij soude sain karos en pyaerden laten rusten, 635 Om te gaudeeren en goddeeren in zijn lusten.

618 Triumphante: pralende.

622 Maari zich.

623 Letsken: beetje. — Pourmaneeren: wandelen.

624 Geconsenteert: toegestaan.

626 Reverencie: voornaamheid.

627 Scientie : wetenschap natuurlijk. Maar ik herinner er nogmaals aan, dat al die vreemde woorden in den mond van Ier. vaak bolle klanken zijn met een zeer vage beteekenis.

629 Dochter van de Swaan: Helena, dochter van Leda en Zeus, die haar bezocht in de gedaante van een zwaan.

631 Doien: dood en (bracht).

632 Monarchale: koninklijke.' — Phoebus: Apollo, de zonnegod, die in een karos langs den hemel vaart.

635 Gaudeeren: zich verlustigen. — Goddeeren: pretmaken.

Sluiten