Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zekers, ik Ibedruif mai, dat hier het volk soo bot is. Komt hier een Prins of Heer, de landen te besten,

845 Sij sullen haar respect noch reverencie biên, En met gedekten hoot staan sij en speculeren, En laten s' ongegroet en onge-eert passeren. Ons Brabant heeft de prijs voorwaar van alle liên: Het volksken is beleeft en van een goet ingien,

850 En eloquent van sproök en gracioos in 't eeren, Manierlijk opgekweekt als kinderen van heeren. De minste borger is soo vriendelaik en soo beleeft, Dat hij de vremde man geen kwaier woorden geeft, Als: hoort, herteke lief! wa soekdy? wa begaarde?

855 Na wien vraagde gij? na Peter de gelaar de?

Ach Heer! 't Is mijn kompeer. Voort, 'Gilles of Perijn, Brengt dese buiten-man bij Oomken, Peers kosijn, Naast de Blauwe Boterham, bij Hanssens zoons grootmoeiers,

Daar dichte by 't Bier-hoot. — d'Hollanders sain

maar bloeiers;

860 Sij zein niet generoos, hoe raik sij gaan in 't swart t'Hantwerpen geen soo slecht die op de vrij dachs

mart,

Als men de palmslag slaat, die haar vrouwen niet

kopen

Borsten van gout en zijd', getiert met gouwe knopen,

843 Bedruif: bedroef.

845 Reoerencie: eerbiedige onderdanigheid.

846 Staan sij en speculeren: staan ze toe te kijken.

849 Goet ingien: natuurlijk besef van zijn verhouding tot de hoogen.

855 Gelaarde: geleerde.

856 Kompeer: doopvader, hier meer dikke vrind.

857 Peers: vaders.

858 Bij Hansens zoons grooimoelers: bij het huis van de grootmoeder van den zoon van Hans.

859 Bier-hoot: havenhoofd, waar het bier gelost wordt. — Bloeiers • sukkels.

660 Generoos: royaal vriendelijk.

862 Palmslag: handslag bij het koopen.

863 Borsten: borstlappen.

Sluiten