Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

925 'Doen ik sijn hongers noot met kruimpjes ging vervullen.

Ierolimo:

Voorwoór, Robknol, 'k sie ou met verwund'ren en: Gai hebt de besten aart, die oit had eenig man; Want wie ou eten siet, soo grócelaik van koöken, 'Die kundy appetijt en nieuwen honger moóken. Robbeknol: 930 O daar en had ije 't niet, maar 't is u holle maag En krijtende gedarmt, dat maakt u nu soo graag. Ik weet wel wat 't is: hij sou ook garen schransen; Verhaast je niet, mijn borst, ik sel je voor gaan

dansen.

Jonker, lust je, tast toe, dat broot dat is izeer goet, 935 So doet dees koe-voet ook, en dees pens is ook so

soet:

Al waar men heel versaat, men sou er lust na krijgen; Gelief je, eet er af, holla, 't wil mij ontsijgen.

Ierolimo: Is dat koeien-voet?

Robbeknol: Ja 't, mijn Heer, neemt dat aan. Ierolimo: Ik koos voor dat beetken geen kalkoensche haan.

(Hij gaat met Robbeknol zitten eten.) Robbeknol: 940 Wat dunkt je, byget? is die sak toe-gebonden?

Hy kluift de kootjes of, veel reinder als zijn honden.

925 Zie vs. 544.

930 Dat is het 'm niet.

933 Haast je maar niet: ik aal het je wei makkelijk maken. 935 Die koevoet is ook lekker.

937 Ik heb meer dan te veel.

938 Merk op, dat kwasi nieuwsgierige.

939 Beetken : hapje.

940 Is die sak toe-gebonden?: heeft die zijn maag vol?

Sluiten