Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Andries:

1060 Also; laat ommegaan, soo krijgt men vaar ook wat Hoe lang is wel geleên, dat gij de pokken hadt? Dat's nou al eveliens, doen gij soo slinger-biende? Harmen;

Met dien kaats is 't achtien. Elk bidt bier voor sijn

vrienden.

Waar bleef 'bet kleine kijnt van u suster, de non, 1065 die bij nacht so fijntjes bij Heer-oom loopen kon? IanKnol:

Verklaar 't hier eens, Harmen, voor dese goede

mannen,

Waarom dal (je bent te Ditmars uit-gebannen; Dat was niet om u deugt?

Harmen:

Ho 11a, Jan, dat is te hoog) Hoe na mien je, begut, dat ik dan niet en doog? 1070 Neen bijlo, praat so niet, want ik ben van den

vroomen.

Andries:

Vroomen? gij slacht de stronkt, gij bent er af gekomen. O lieve man, men kan jou wel en jou geslacht; Wie is er toch, die jou of die de jouwen acht? Harmen:

Ja, acht of niet geacht, daar leit niet an bedreven. 1075 Mocht ik met eiken kint een tonne gouts maar geven,

1060 Laat ommegaan: ieder zijn beurt. — Afen Daar: waarschijnlijk wordt Jan Knol hiermee bedoeld. Gti in 1061 ia dus Ian.

1061 Pokken: syphilis.

1062 Enfin, het doet er niet toe, hoe lang; 't was toen je zoo slap j ter been was.

1063 Dat is een mooie zet. De vrinden vegen mekaar den mantel uit. 1066 Goede mannen: Mannen van eer.

1068 Dat gaat te ver.

1069 Hoe na mienje: meen je misschien. — Doog: deug.

■ 071 Jij bent van de vromen gekomen net als hun stront. 1072 Kan: kent.

1074 Dat komt er minder op aan.

Sluiten