Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik wed, dat ik eer lang ook op het kussen sat, En dat de best van al mij om mijn dochter bad. Men weet bet hedendaags soo abel te bestéken, Elk soekt de slechte lui soo deeg'lijk te bespreken,

1080 En al waren d'Amsterdammers niemendal graag,

Soo sou er wel een Zeeuw, of een van 's-Graven^haag, Boe wel dat sij niet veel van de Koek-eeters houwen, Alsoo een makke Moer minnelijk garen trouwen, Als er maar geit en was; 't is nu een ander tijd:

1085 Al waar ik Turk of Jood, ik worde wel gevrijd. Ian Knol:

Gij secht de waarheit, maar men mach 't somtijts niet

seggen,

Want daar is een volkje, die weten 't soo uit te leggen, Dat 't sond en schand is; ik héb 't self besocht ■ Aan dingen, die ik van mijn leven niet en docht": 1090 Lijdt en mijdt, twijgen best, soo hoeft men niet te

sorgen.

Harmen:

Segt ons, Andries, wat nieuws hebben wij van den

morgen?

Wat is er ommegaan gisteren of te nacht? Is er niemant gekwetst, gevangen of verkracht? Geroesmoest, gerankoolt, noch glasen uitgesmeten? 1095 Gij bent een man, die alle ding eerst pleeg te weten,

1076 Op het kutten: in de regeering.

1077 De best: de aanzienlijkste.

1076 Abel te bestelen: handig aan te leggen.

1079 Slechte: eenvoudige.

1080 Graag: gewild, gezocht.

1082 Koek-eeters: scheldnaam voor de Amsterdammers.

1083 Alzoo een: zoo'n. — Moer: waarschijnlijk moor.

1084 Maar-en: slechts.

1065 Worde: zou worden.

1088 Besocht: ondervonden.

1089 Niet en docht: docht dat zoo waren.

1090 Sorgen: bezorgd te zijn.'

1094 Geroesmoest: razen en tieren. — Gerankoolt: straatschenderij plegen. — Uitgesmeten: ingegooid.

Sluiten