Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'Het is een volkje, dat op kleine renten geweldige

moet 'het.

't Ie een goet man, die wel betaalt, en een rijk man,

die veel goet het.

Betrouwen bedriecht, sich voor dich, trouw is weinich;

hoe grooter Monseur, 1905 Hoe grooter geloof; hoe grooter dief, hoe eerder deur. Voerder lestent niet ien bankerot, daar men een kerk op miende te bouwen? Byateris:

De menschen, lieve man, zijn langer niet te betrouwen, 't Is hedendaags een wetspuL 't is werelts vergang:

doe dogest niet; Maar is het zijn levelijke dagen wel in 't karstenrijk

eschiet,

1910 Dat dronke 'Dirkje bewesen het an Klaasje Vet sijn

swager?

Nou hij hem beroit te poorten uit ejaagt het, de eer-

loose hoerejager, So wil hij nog de man van sijn susters dochter op 't

lijf,

En nog so veul, ik kan 't je niet verhalen in een uur

vier vijf;

De guitsche bedriegerij, die de ootmoedige schalk

heeft bedreven,

1902 Dat bij kleine inkomsten, heel wat zwiet slaat.

1904 Sich voor dich: kijk voor je. wees voorzichtig.

1905 Geloof: krediet. — Hoe eerder deur: des te eerder smeert hij hij hem.

1906 Voer: ging.

1908 Weispul: wedstrijd. — „Werelt» Oorgang doe dogest niet": blijkbaar een citaat met de beteekenis: 't is alles bedrog in 's werelds loop.

1909 Zijn levelijke dagen: ooit. — In 't karstenrijk: onder christenmenschen.

1910 Bewesen het: geleverd heeft.

1914 Guitsche: ploertige. — Ootmoedige schalk : huichelachtige vrome.

Sluiten