Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Byateris:

Waar sin je, mannetje? komt voor den dag, komt er

uit,

Waar is jou miester heen?

Robbekno 1:

In de Uutersche schuit Geeraart: 1930 Waar is hij heen?

Robbekno 1: Wat weet ik er of. Geeraart:

Hoe sel 't hier dagen! Jij selt '1 mijn seggen, of bij den element, jij krijgt de

huit vol slagen.

Robbekn o 1: Wat? sel ik seggen, dat ik niet en weet? Geeraart:

Ik ga om de schout, ■ - Siet toe, Byateris, dat je de schelmse jongen so lang

vast hout

Veurseker so wordt hij binnenskamers wat egispelt. 1935 Buuren, helpt dat wijf, of 'ik sel 't op jou verhalen, indien hij heur ontwispelt. Ik sel 't hem verlieren, dat loof ik, en ik sel voort

met ien

Na Miester Joannes Pilorum de Notaris gaan sien, Op dat hij ons ien inventaris van 't huisraat mag

schrijven,

Byateris: Ay komt toch strik straks weer.

1929 Uutertsche: Utrechtsche.

1930 Hoe sel 't hier Jagen: er zal hier wat losbreken.

1934 Egispell: gegeeseld.

1935 Ontwispelt: ontsnapt.

1936 Verlieren: verleeren.

1937 Er was een loh. Pilorius notaris te Amsterdam in het laatste kwart der 16de eeuw.

Sluiten