Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28. EEN GELDERSCH LIED.

A. C. W. Staring.

j. Ferm. f

J. W. WlLMS. Bewerkt door Johan de Veer.

1. Ik ben uit Gel-dersch bloed Geen vlei-toon klinkt mij zoet; Mijn

2. Bij d' ei - ken, aan den top Eens heu - veis, wies ik op. In

3. En gesp ik 't har - nas aan, Ik volg geen vreem - de daan: Op

4. Ik ben uit Gel-dersch bloed, Op - regt is mijn ge - - moed; Aan

volks-spraak, lut - tel rond, Geeft nog den klank te - rug Uit on - zer hei - den zon - der baan Leerd' ik, ter jagt ge - schort, Mij-ne~eer - ste

Ros - sem's hel - den - spoor, Streeft mij itl M stra - lend licht, Het beeld der een - voud heb ik lust; Met pracht en weeld komt zorg; Ge - noeg-zaam-

vaa - dren mond. Uit on - zer vaa - dren mond.

tre - den gaan. Mij-ne~eer - ste • tre - den gaan.

ze - - ge voor. Het beeld der ze - - ge voor.

heid baart rust. Ge - noeg-zaam - - heid baart rust.

• . . i WÈ&.

Sluiten