Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2.

Ei! nu zat zij in de klem...

Blozend sloeg ze d'oogen neder Bij den klank van Willems stem.

„Lieve Lize, 'k zeg het weder: Naar het klooster, enz.

3.

„Zeg, wat is dat voor een sticht?'' Waagde ze~eindelijk te vragen;

„Is de boet' er zwaar of licht?" „Ei! ze zou u vast behagen!

Naar het klooster, enz.

4.

„Zeg, hoe ware mijn habijt

In die godgewijde veste: Hel of donker, eng of wijd?"

„Ei! het simpelst is er 't beste! Naar het klooster, enz.

5.

„Zeg, en dede ik naar uw woord", Wie geleidt me, wie gelast er

Zich te ontsluiten mij de poort?" „Ei! de schepene en de pastor!

Naar het klooster, enz.

6.

„Zoo! en gij dan?" vroeg ze nog.

„Ei! ik zal *vel mede moeten: Twee paar schoenen passen toch

Allerbest aan twee paar voeten! Kom, we zullen samen gaan, kind' Naar het klooster van Sint Arjaan, kind! Waar er rwee naar schoenen aan Het beddeken staan, kind!"

•) in he, zuiden van ons land en in VUamsch-Be.gië beteekent „naar bet klooster van St. Arjaan gaan»:^n tm

9

Sluiten