Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar zoon zien genieten van het weinige dat de Voorzienigheid hem op zijn weg had gelegd en ze gaf hem, met eene schijnbare onverschilligheid, te verstaan dat de stad vol was met behaaglijke meisjes en dat er wel één ten minste in den hoop te vinden was, aan wie hij zijne versche jonkheid toetsen kon. Johan Doxa bloosde en glimlachte. Het vijffrankstuk, dat de moeder hem in de hand stopte, plakte in zijn vette palm en teekende er, met zijne harde randen, een cirkel van gewicht. Hij liep den kapotten drempel over, hoorde nog de bel bingelen, gesmoord in de dufheid van het binnenhuisje, en drilde langs de Lage Stad om. Hij leek, in deze slentertochten, wel zeer op zijn vader-zaliger, haperde aan eiken winkel en luisterde naar elk gerucht. Zijn grootst genot was bezijden de platte kaaien. Hij staarde, half-hangend op de ijzeren leuning, naar het donkere water, waar het licht van den dag onrustig overal schervelend

Sluiten