Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gulden vliemige oogjes, heel bedaard, alsof ze zeggen wou : « Daar hebt ge 't nu! Heb ik het al lang niet voorspeld P »

Johan Doxa zette zich neer op zijn piatbedekt bed en kruiste zijne handen over zijne knieën saam. Het eekhoorntje draaide in zijn roerenden tralietrommel en stak zijn staart kaarsrecht omhoog. Op de tafel lag eene schoone nieuwe pijp uit bleek palmenhout. Het was een geschenk van moeder. Johan zou de steel sierlijk bekerven en opkleuren met roode, witte en groene streepjes en ze omranden met fijne blauwe cirkels. Nu bekeek hij van verre de pijp, en hij dacht aan de blanke keel die zoo rijkelijk boven de scharlaken doekvervë oprankte...

De zon pletste door het dakvenster en speelde langs de koperen snaren van de ledige vogelkooi. Er trilde door de lucht een zilveren herinnering aan het groene sijsje, en tot den dikken avond

Sluiten