Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— « Julia sliep, als ik de kamer verliet, weet ge... »

Johan Doxa deed tweemaal zijn hoofd op en neder gaan. En heel natuurlijk herbegonnen zij te zwijgen, daarbinst rechtstaande, alle twee te gelijk, om weg te gaan.

Ze liepen de Camuselstraat geheel door en dronken faro in 't Wit Paard bij Susse van Maries, op 't hoekje der Anneessensplaats. Van daar zagen zij het dikke gewoel op de Henegouwlaan, de schuivende pakken van menschen, door mekaar indringend en werkend, in traag beweeg, gelijk dwarse zeegolven. Lachende gezichten, opene monden, grijpende handen, 't krioelde klaar op in de donkerte van grauwe jassen en wintermouwen. En de lichte confetti stoof op bij scheuten, in waaiers van licht of wolkjes van lichte kleuren.

Een zeldzaam geraas steeg uit die duwing van lijven, en Johan Doxa wist soms niet of 't wel vreugde was en

Sluiten