Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

celletje staan en er zichzelf met knoestige riemen afranselen. Hij betastte zijn buikje als om het voor eeuwig vaarwel te zeggen, met een zucht...

— « En wanneer vertrekt ge?» vroeg moeder Doxa.

— « Morgen vroeg. »

— « Ha!... morgen vroeg. » Beiden verzonken in gepeinzen. De

moor zong nu ook, die op de stoofbuis stond.

Na een nacht vol ijselijke droomen, rees Johan Doxa uit zijn bed. Het was een grijze dag. Achter het kleine vensterken nevelde een miezelregen. Terwijl Johan zich aankleedde en precies op het oogenblik dat hij zijn hoofd voor de eerste maal in de waschkom gestoken had, begon waarlijk zijn druppende neus in de lucht om te snuffelen. Er ging ongetwijfeld door de kamer een smakelijke geur van spek en eierkoek.

Sluiten