Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een vochtig gevoel kwam over hem, en hij bestelde een tweede glaasje, en naderhand een derde. Dan, terwijl hij betaalde, zag hij moeders zilverstuk plots op den toog liggen. Gedurende één oogenblik haatte hij het wisselgeld dat hij ervoor terugkreeg.

Hij bedacht nu dat er in de Boterstraat meer fijne winkels waren en daalde langs de Steenpoort naar de middenstad. Een zwaarbeladen kolenwagen rolde hem vóór. Bij elk geschok der trage wielen rolden stukjes glinsterende kool over de zwarte berden. Er viel ook een groote brok; en Johan raapte haar op en bracht haar bij den voerman. De voerman had een ruigen rossen baard en stak zijne breede hand uit, bespannen als met een bruinlederen vel. Toen struikelde het paard en stortte voorover op de steenen. De kar dook met hare lompe tremen, die ze met een doffen slag sloeg tegen den grond.

— « Nondidju!» vloekte de voerman.

Sluiten