Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stantieel genoeg, schoon zonder gulzigheid, gelijk het hem docht dat aan een zondaar in pelgrimstocht betaamt.

— « Thans. » mijmerde hij binst de koffie, « bezit ik nog twee en twintig en een halve cent, en ik weet waarlijk niet wat ik ermee zal doen. »

En vóór hij naar het Klooster der Miniemenstraat toog, dronk hij ermee een grooten druppel cognac, want zijn moederken had hij, ik weet niet hoe, geheel en al vergeten.

Hij vatte beslist de koperen schelknop. De luide bel weerklonk meer in het hart van Johan Doxa, dan in de wijdgalmende vestibule. De pater-poortier die eerst het spioenraampje had opengeschoven, opende nu ook de zware deur. Het Klooster gaapte in het aanschijn van Johan Doxa.

— « Kan ik, » vroeg hij met bleeke

Sluiten