Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

poort ging dicht. Johan Doxa stond buiten.

— « Pouah! chéri, hoe ruikt ge zóó naar den wierook ? » Twee heerlijk zwarte marolle-meisjes zaten nevens Johan Doxa, aan weerskanten, op de nauwe bank van defriture-kroeg. Johan had kennis met haar gemaakt op de Hoogstraat, zoodra hij had ondervonden dat het paketje van den prior eene banknoot van honderd frank bevatte. Eigenlijk had hij met iedereen willen kennis maken. Althans lachte hij vriendelijk eiken voorbijganger in het gelaat, en waartoe zou hij dat anders hebben gedaan ? Maar deze twee hadden hem direkt tegengelonkt. Zijne minzaamheid verminderde er blijkbaar niet om, want seffens hingen zij aan zijne armen en vroegen schuldeloos :

— « Tu paies rien, vetzakske ? »

Of hij niets wilde betalen ? Wel lieven-

Sluiten