Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEKAMDE KONING CANTECLAAR.

Gekamde koning Canteclaar, Hoe geren zie k u komen daar;

gestapt zoo edel drachtig als Alexander, Attilla, of Karloman zijn' wederga:

heel keizerlijk almachtig!

Gij kraait, terwijl ge uw' vlerken slaat, en 't stemgeluid dat henengaat,

uit uwen hals gedreven, herwekt het slapend menschendom, het boodschapt hem den dag weerom,

den dag, het licht, en 't leven.

Uw' vonkelende ooge, uw' rooden kam, een laaiend beeld van vier en vlam,

uw' zwakken steert, uw' spooren, uwe om end om geglimde borst, uw' strijdbaarheid, uw zegedorst,

uw' stem, zoo schoon om hooren...

Sluiten