Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gij bietjes ongeteld,

gij tienmaalhonderdduizend

in 't rood, in 't geel, in 't blauw gepinte ') pepels *), haait en draait

en drentelt, op en neêr,

eer 't zonnelicht, verhuizend

van hier, u, 't lieve groen, en mij, de moede nacht ontkracht!

o Grondig, groene zee, 'k ben visschende op de baren van uwe oneindigheid van groen, en mijn gewin daarin

verheugt mijn arem herte:

om 't geene ik late varen,

om 't gene ik vangen kan, en .... God gebenedijd mij zijt!

*) Getooid. *) Vlinder.

Sluiten