Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOGELZANG.

Ik hoore 't, gij vogelkens, luide genoeg herhaalt en herhaalt gij uw' spraken; maar, hoe ik mijn beste doe, spade ende vroeg, 'k en wete er geen zin van te maken.

Verstaat gij malkanderen, elk in zijn' taal? Verstaat, gij die meest en die merelt, die lijstert, die leeuwerkt, die muscht, altemaal uw maagschap, tot tenden de wereld?

Geen slagers en kenne ik, zoo

dapper als ei!

die, slaande uwen klank uit der kelen, komt vinken en klinken hier, vroeg in de mei, en zitten en zingen en spelen.

Sluiten