Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET KLOKGEBED.

Hoe helder klinkt de klokkentaal ten torren uit: tot negenmaal herhaalt, herhaalt de klepel, op den ronden boord, zijn beêgeklop!

De landman laat zijn' rossen staan: naar huis zal hij, en rusten, gaan! maar, eer hij stap van stede zet, zoo bidt hij nog zijn klokgebed.

Een engel naar Maria kwam: de boodschap hij van 't Boetelam had medebracht: en negenmaal begroet haar nu de klokkentaal.

Sluiten