Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FIAT LUX ').

't Smoort, het smuikt, het smokkel wedert *) allentheen! Waar zijn ze thans,

waar de boomen, waar de huizen, waar de wereld, heel en gansch?

Handen uitl Wat is 't? Wat hapert er, genoot, dien 'k niet en zie;

die „goendag!" mij, uit den nevel, roept, van hier nen stap of drie?

Van den hoogen torre en blijft er

speur! Wat uur, hoe late is 't wel,

aan den tijd? De zonne en zie 'k niet: slaapt of waakt het wekkerspel?

Hier en daar een' plekke boenend, zit de zonne in 't duister veld;

rood, gelijk een oud versleten stuk ongangbaar kopergeld.

') Het worde licht 1 2) Het mist.

Sluiten