Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe zeere vallen ze af,

onhoorbaar in de lochten, en schier onzichtbaar, in

de natte nevelvochten der droeve maand, die, 't ijzervaste speur,

ontembaar ingetreden, die al de onvruchtbaarheid,

die al de onvriendlijkheden des Winters baant!

Daar valt er nog een blad,

daar nog een, uit de bogen der hooge boomenhalle,

en 't dwerscht den onbewogen octobermist: 't en roert geen wind, geen een,

maar 't leken, 't leken tranen, die men gevallen zou

uit weenende oogen wanen: één kerkhof is 't!

Gij, blaren, rust in vreê,

't en zal geen een verloren geen een te kwiste gaan

voor altijd: hergeboren, die dood nu zijt, zal elk van-u, dat viel,

de zonne weêr ontwekken, zal met uw' groenen dracht

de groene boomen dekken, te zomertijd.

Sluiten