Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze pletteren te grondewaard,

ze pletsen en ze plassen, dat 't bommelt in de lucht alom:

lijk honden zijn 't die bassen. De wereld stroomt, afgrijzelijk,

van 't bloed alsof het waar', van de eindelijk verwonnen, en

verwenschte reuzenschaar.

Ze 'n zijn niet meer,... ze 'n zijn niet meer.

Ze warent... In hun stede komt helderheid, komt hemelsblauw,

komt goud, dat schittert, mede. De zonne vocht, de zonne won,'

en, tierende overluid: „Hier ben ik!" roept ons zonneken,

„des vijands vonke is uit!"

Sluiten