Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wereld mist dat nu:

ze treurt en, langs de lanen, daar 't eenmaal blommen droop en druipen nu maar tranen;

daar k eenmaal stemmen hoorde en vogelzang, en ziet mijne ooge onschoonheid maar en sprakeloos verdriet.

Dat 't schaduw nu nog ware en wolken, daar de winden, zoo in een schapentrop de honden, weg in vinden, en bleve een plekske vrij, dat blauw is, hier of daar! Och, neen, 't is nevel, al omtrent me, en nevel maar.

O nevelduisternis,

bij nachte zien mijne oogen de duizend teekens nog, die 't ommegaan vertoogen des sterrenhemels! Gij, o nevelduisternis, en toogt mij niets van al daar hope of troost in is.

't Is meer als leed genoeg,

en droefheid in mij, zonder uw droef afwezig zijn, o 't weergalooste wonder van al dat wonder is in 's werelds heerlijkheid! o Zonne, en zij mij nooit te lange uw licht ontzeid.

Sluiten