Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6-roeden berg: O = 2,60 R2. Bij een laning-lengte van 5,5 Meter, bedraagt bij deze laatste het oppervlak dan 78 M2., terwijl de hoogte bepaald kan worden voor den uitersten stand van de kap. Bij een hoogte van 10 Meter kan er de hooiopbrengst van 15 H.A., n.1. minstens 75000 K.G. hooi in worden geborgen.

Bij onderzoek bleek een Zuid-Hollandsche berg met een laning van 6 Meter 100.000 K.G. hooi te bevatten, en ook de opbrengst kon bergen van 10 H.A. bouwland, aan gerst, tarwe, erwten en haver; in totaal 100 voer.

Voor de taxatie van hooi in gebintvakken wordt 1 kubieke voet als minimum op 6 pond geschat, zelden hooger dan 7 pond.

1 koningsvoet = 0,326 M.

1 kub. koningsvoet = 0,035 M3.

Per kubieke Meter: x 7 pond, geeft 200 pond of 100 K.G. per M3.;

wat een voorzichtige schatting is van de zijde der hooikoopers.

Bij het bouwen van de bewaarplaatsen voor den oogst zit de bedoeling voor om de veldvruchten gedurende een zekeren tijd te kunnen beschermen tegen nadeelige invloeden als vochtigheid, diefstal (ongedierte) en brandstichting.

In meerdere of mindere mate wordt dit doel bereikt bij:

1. Schelven of mijten.

2. Hooi- of graanbergen.

3. Open veldschuren.

4. Dorschschuren.

5. Landbouwschuren, die alle bijzondere voor- en nadeelen vertoonen.

a. Schelven of M ij ten.

Hierbij zit de bedoeling voor om in den drukken oogsttijd het graan op het veld doelmatig op te stapelen, en het later te komen afdorschen; waarbij de tijdsbesparing aan transport opweegt tegen het verlies aan tijd bij het lossen. De schelven moeten namelijk met zorg opgezet worden met het oog op de kans voor inregenen; terwijl ook gevaar voor brandstichting, bederf en diefstal door menschen, vogels en muizen grooter is dan bij andere inrichtingen.

Wegens de geringe bouwkosten worden zij evenwel dikwijls toegepast. Meestal maakt men ze zoo groot, dat eiken dag een schelf kan worden voltooid.

De vorm is meestal rond. (Serie A, plaat I, fig. 16); de bodem wordt wat opgehoogd en soms met oud stroo en rijshout bedekt. Inregenen wordt belet door een kunstig gevlochten stroobedekking, waarbij de top soms door ijzeren banden Wordt verzwaard. Afdruipend water kan door omgaande greppels worden afgevoerd.

De afdekking moet telken jare vernieuwd worden.

Komen de schelven op het erf, dan worden zij vaak voorzien van een draaggestel (fig. 2a en 5a), dat op ongeveer 50 c.M. boven den grond ligt, en een droge ligging voor het graan, een schuilplaats voor kippen, maar ook dikwijls een kweekplaats voor ongedierte levert.

Sluiten