Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hinderlijke voegen vertoonen. Dit wordt verholpen door een dun cementlaagje. Verzakking wordt voorkomen door de puinonderlaag goed aan te stampen.

e. Betonvloeren bestaan uit een dragende gestampte laag van 8 a 10 c.M. dik, rustende op een zandbed, en afgedekt met een deklaag van b.v. 3 c.M., ter samenstelling van 1 P. C, op 3 rivierzand. De dragende laag wordt heel schraal genomen, b.v. 1 P. C, 6 zand, 6 grind. Bij het leggen van deze vloeren moet men, om scheuren te vermijden, maar kleine vakken tegelijk behandelen, en de naden hiertusschen liever met mastiek dichten, terwille van de elasticiteit van den vloer.

Hoe nuttig asphaltvloeren ook zijn, ter wille van de kosten zal men liever het oppervlak tot een minimum beperken. Plaatselijk kan de beton-deklaag worden vervangen door stampasphalt, gietasphalt of asphalttegels, die men beter doet met niet in eigen beheer te behandelen.

In vele gevallen zal men kunnen volstaan met hiervoor in de plaats desnoods den betonvloer eenige malen te teren.

Overigens kan worden verwezen naar een uitvoerig rapport, dat in 1914 voor den Groninger Landbouwbond over deze kwestie is uitgebracht.

De dorschvloeren moeten eene breedte hebben van 4—5,5 Meter, en worden in golvend terrein wel eens hooger geplaatst dan de bodem van de vakken, waardoor het lossen zooveel gemakkelijker wordt (langs de benedenrivieren: de Lek, de Merwede enz., en in geaccidenteerd terrein).

De materialen voor de wanden van de schuren loopen niet veel uiteen, meestal hout, op steenen voeting. Een enkele maal geheel van steen opgetrokken, als de schuur op Reijerskamp, van de Johanna-Hoeve (fig. 2). Gegalvaniseerd plaatijzer, asbest-golfplaten en beton-platen zijn ook heel goed mogelijk, wanneer men dan maar zorgt, dat de wanden gevrijwaard worden tegen zijdelingschen druk (vakwerk).

In de zandstreken treft men nog allerlei primitieve materialen aan, als kranjangs, riet met kalk bestreken, gevlochten rijshout met mest besmeerd, die alle evenwel het voordeel hebben van zeer goedkoop te zijn.

Evenwel is het een stout stuk om bij de toepassing hiervan de ten opzichte van de dorschschuren genoemde voordeelen te durven handhaven. Bij zeer dichte wanden kan het noodig zijn dat er openingen in uitgespaard worden, om gelegenheid te geven tot ventilatie. Deze openingen worden dan zoo gemaakt, dat regen en sneeuw geen toegang hebben ; aan de binnenzijde wordt ook nog fijn gaas aangebracht om de vogels te kunnen keeren.

De kapconstructie is meestal zeer eenvoudig, en wordt beheerscht, behalve door de keuze van de dakbedekking, ook door de eischen van groote beschikbare bergruimte, waarvoor weinig arbeid noodig is, en de producten goed kunnen nadrogen. Hiervoor zijn allerlei materialen mogelijk. Het meest gebruikelijk zijn

Sluiten